Een gazon dat je niet (meer) kunt maaien of dat nauwelijks groeit, heeft vrijwel altijd een concrete oorzaak. Soms is het gras zo hoog opgeschoten dat je maaier er gewoon in vastloopt. Soms is de bodem zo verdicht, vervilted of aangetast door engerlingen dat er simpelweg te weinig vitaal gras over is. Beide situaties zijn oplosbaar, maar vragen een andere aanpak. In deze gids lees je hoe je de situatie snel inschat, welke stappen je als eerste zet en hoe je je gazon stap voor stap weer gezond krijgt.
gazon qui ne se tond pas: oplossingen voor Nederlands gazon.
Wat mensen bedoelen met 'gazon qui ne se tond pas'
De zoekterm 'gazon qui ne se tond pas' is Frans, maar wordt ook in Nederland gebruikt door mensen die op zoek zijn naar een oplossing voor een gazon dat niet te maaien valt of nauwelijks groeit. Lees ook ons artikel 'gazon qui pousse lentement' voor specifieke oplossingen bij een traag groeiend gazon. Zie ook ons artikel over 'gazon qui pousse' voor specifieke tips als je juist wél snel en dicht gazon wilt krijgen. Lees ook ons artikel over 'gazon qui ne pousse pas' voor aanvullende tips bij traag of niet groeiend gras. 'Gazon qui ne se tond pas' omvat in Nederlandse tuinen meerdere concrete situaties: (a) te hoog opgeschoten gras dat lastig in één keer te maaien is (vereist 'stapmaaien'), (b) taaie begroeiing en vergeelde/viltlaag of mos die maaien verhindert, (c) randen en ruwe begroeiing die een maaier blokkeren, en (d) slecht groeiende of kale plekken door wortelverlies (engerlingen/emelten) Zie ook 'Gazon net niet: snelle diagnose en herstelplan voor NL' voor praktische diagnose- en herstelcategorieën.. In de praktijk zit er achter die zoekopdracht meestal één van twee heel verschillende problemen. Het is belangrijk die twee goed uit elkaar te houden, want de aanpak verschilt flink.
Twee situaties, twee aanpakken
A: Gras dat (fysiek) niet te maaien is
Dit is het meest directe probleem. Je maaier raakt geblokkeerd, stottert of zet meteen vast zodra je de machine aanzet. Dit kun je zien als je gras meer dan 10 à 15 cm hoog staat en al een tijdje niet gemaaid is. Maar het kan ook door een dikke, sponsachtige viltlaag (thatch) komen die boven op de bodem ligt, door taai onkruid en struikachtige begroeiing langs de randen, of door een mengeling van mos, uitgedroogde zode en hobbelige bodem. Je maaier heeft gewoon geen grip en geen ruimte om te werken.
B: Gras dat niet of nauwelijks groeit
Hier is het probleem omgekeerd. Je gazon staat er maar bij, doet weinig, groeit traag of heeft kale plekken. Maaien is technisch misschien mogelijk, maar er valt weinig te maaien. De oorzaak kan van alles zijn: bodemverdichting, een te zure bodem met veel mos, slechte drainage, een tekort aan voedingsstoffen, of wortelschade door engerlingen of emelten. Dit soort problemen vragen om een diagnose vóór je begint met ingrijpen.
Snel beslissingsschema: wat doe je als eerste?
Gebruik dit schema om te bepalen hoe urgent je situatie is en welke actie als eerste aan de beurt is.
| Situatie | Urgentie | Eerste stap |
|---|---|---|
| Gras hoger dan 15 cm, maaier loopt vast | Hoog | Stapmaaien op hoogste stand, zie stap-voor-stap hieronder |
| Dikke viltlaag, maaier trilt of komt niet door | Hoog | Verticuteren vóór je opnieuw maait |
| Veel mos, weinig gras, maar gras groeit nog | Middel | Diagnose bodem, daarna beluchten + kalk + doorzaaien |
| Kale plekken, losliggende zode, vogelactiviteit | Hoog | Controleer op engerlingen, herstel beschadigde zones |
| Gras groeit langzaam, geel of bleek van kleur | Middel | Bodemanalyse, bemesting aanpassen |
| Gras groeit helemaal niet na inzaai | Middel | Controleer zaaitijdstip, vochtigheid en grondcontact |
Eerste hulp: weer veilig kunnen maaien
Als je gras veel te hoog staat, is de grootste fout die je kunt maken: alles er meteen af willen maaien. Gras dat in één keer van 25 cm naar 5 cm wordt teruggebracht, raakt zwaar gestrest en herstelt slecht. De vuistregel is dat je nooit meer dan een derde van de graslengte in één maaibeurt verwijdert. Voor hoog opgeschoten gras werk je dus in stappen.
- Stel je maaier in op de hoogst mogelijke maaihoogte (meestal 7–9 cm bij de meeste consumentenmaaiers).
- Maai de eerste keer alleen de toppen. Laat het gras daarna 5 à 7 dagen rusten en herstellen.
- Verlaag de maaihoogte met één stap (ca. 1–2 cm) bij elke volgende maaibeurs.
- Herhaal dit tot je de gewenste onderhoudshoogte bereikt (voor de meeste Nederlandse gazons: 4–6 cm in de zomer, 5–7 cm in drogere periodes).
- Verwijder het maaisel altijd na elke beurt, zodat het geen extra viltlaag vormt.
- Bij taaie begroeiing, hoog struikgewas of zware onkruiden langs de randen: gebruik een bosmaaier of kantensnijder vóór je de grasmaaier inzet.
- Draag bij zwaar werk altijd oogbescherming, gehoorbescherming, stevige schoenen en handschoenen. Verwijder stenen en obstakels vóór je begint.
Merk je dat de maaier bij elke poging vastloopt door een dikke, veerkrachtige laag net boven de bodem? Dan is de viltlaag het echte probleem. In dat geval is verticuteren de eerste stap, niet opnieuw proberen te maaien.
Gereedschap en machines voor lastige situaties
Voor een verwaarloosde of beschadigde tuin heb je soms meer nodig dan een gewone grasmaaier. Hieronder een overzicht van de machines die het meest nuttig zijn, inclusief een indicatie van kosten als je ze wilt huren.
| Machine | Wanneer inzetten | Kopen of huren (NL indicatie) |
|---|---|---|
| Grasmaaier op hoge stand | Gras tot ca. 20 cm, stapsgewijs terugbrengen | Eigen aanschaf: €150–€600; de meeste tuinen hebben er al een |
| Bosmaaier / struikrover | Gras hoger dan 20 cm, taai onkruid, ruwe randen | Huren: ca. €40–€70 per dag (Boels, Ramirent, lokale verhuur) |
| Verticuteermachine | Viltlaag dikker dan 5–10 mm, mos, slecht beluchte zode | Huren: ca. €30–€60 per dag; kopen: €100–€400 |
| Beluchter / prikroller (holle pennen) | Verdichte bodem, slechte drainage, na verticuteren | Huren: ca. €30–€50 per dag; eenvoudige instapmodellen ca. €60–€150 |
| Doorzaaimachine / zaaimachine | Na herstel, voor egale inzaai over grotere oppervlaktes | Huren: ca. €20–€40 per dag bij tuincentra of verhuurders |
Je kunt machines huren bij grote verhuurketens zoals Boels of Ramirent, maar ook bij lokale tuincentra en bouwmarkten zoals Gamma of Praxis. Het loont om te bellen of te reserveren in het voorjaar of vroege najaar, want de vraag naar verticuteermachines is dan hoog. Let er bij een bosmaaier op dat je de snijlijn en beschermkap controleert vóór je begint, en werk altijd met de beschermingskap op zijn plek.
Je gazon inspecteren: waar let je op?
Voordat je begint met grootschalig ingrijpen, loont het om vijf minuten te investeren in een goede rondgang over je gazon. Je ziet dan al veel meer dan je zou verwachten.
Visuele en tactiele controles
- Grashoogte en verdeling: staat het gras ongelijk hoog? Zijn er plekken waar het helemaal kaal is?
- Viltlaag: leg je hand plat op het gras en duw licht. Voel je een sponsachtige, veerkrachtige laag boven de grond? Meer dan 5 mm is al problematisch, meer dan 10 mm vraagt om ingrijpen.
- Mospercentage: schat hoeveel van het oppervlak groen is van mos versus gras. Als meer dan een derde mos is, is dat een teken van structurele bodem- of lichtproblemen.
- Drainage: kijk na een regenbui of er plassen blijven staan. Water dat na meer dan 30 minuten nog niet wegzakt, wijst op verdichting of slechte ondergrond.
- Bodemverdichting: steek een schroevendraaier of potlood recht in de grond. Gaat hij makkelijk 10 cm diep? Dan is de bodem losser en gezonder. Lukt het nauwelijks? Dan is verdichting een probleem.
- Wortelcontrole: trek op een paar plekken een kleine pols gras los. Zijn de wortels kort (minder dan 5 cm), bleek of bijna afwezig? Dan is er iets mis met de bodemstructuur of zijn er plaaginsecten actief.
- Engerlingentest: schep op een verdachte plek een stuk zode van 20x20 cm weg tot ca. 10 cm diepte. Meer dan 3 à 5 witte, C-vormige larven per zo'n kuil is een aanwijzing voor een significante aantasting.
Wanneer een bodemanalyse sturen
Als je na je visuele inspectie nog geen duidelijke oorzaak hebt gevonden, of als je voor grote herstelwerken staat, is een bodemanalyse het meest betrouwbare startpunt. Neem minimaal 5 grondmonsters van 10 cm diepte uit verschillende hoeken van je gazon, meng ze tot één monster en stuur dat op naar een erkend lab. In Nederland bieden labs als Eurofins Agro en SGS gecombineerde pakketten voor gazoneigenaren aan. Een eenvoudig pakket (pH, organische stof, P, K) kost circa 20 à 60 euro. Voor een uitgebreidere analyse inclusief textuur en volledige nutriëntenstatus betaal je 50 tot 150 euro. Je krijgt concrete adviezen terug over kalkgift, bemesting en organische stofgehalte, wat je achteraf veel proefwerk bespaart.
Veelvoorkomende oorzaken op een rij
De meeste problemen met een gazon dat niet te maaien is of niet groeit, zijn terug te herleiden tot een beperkt aantal oorzaken. Hieronder de meest voorkomende in Nederlandse tuinen.
Mos en zuurtegraad
Mos groeit het best op zure, verdichte, schaduwrijke of slecht beluchte bodems. In Nederland zorgen onze natte herfsten en winters er bovendien voor dat mos in de koude maanden flink de ruimte neemt. Een pH lager dan 5,5 is voor gras te zuur; de streefwaarde ligt tussen 5,5 en 6,5. Kalk (bij voorkeur magnesiumkalk of dolokal) verhoogt de pH op de middellange termijn, maar lost de verdichting die het mos in de hand werkt niet op. Beluchten en verticuteren zijn daarom net zo belangrijk.
Viltlaag (thatch)
Vilt is een laag van dood organisch materiaal (grasstoppels, wortels, uitlopers) die zich tussen de grashalmen en de bodem ophoopt. Tot 5 mm is dat normaal en zelfs nuttig als buffer. Daarboven begint het maaien te bemoeilijken, regen niet goed door te laten en ziektes in de hand te werken. Bij meer dan 10 mm vilt is intensief verticuteren of zelfs zodenscheuren noodzakelijk.
Bodemverdichting en slechte drainage
Zware kleigronden, zoals veel tuinen in het westen van Nederland, verdichten al snel bij regelmatig betreden. Water trekt dan niet meer weg, wortels kunnen niet meer diep gaan en gras groeit oppervlakkig en zwak. Beluchten met holle pennen (pluggen trekken met een beluchter) lost dit direct aan. De gaatjes vul je daarna bij met kwartszand van 0,3 tot 2,0 mm zonder hoog slibgehalte, zodat de drainage structureel verbetert.
Onkruid en zodevervuiling
Paardenbloemen, muur, zuring en straatgras kunnen zich snel verspreiden in een zwak gazon en letterlijk ruimte inpikken van het gras. Een gazon met veel onkruid geeft al snel een hobbelig, ongelijkmatig maairesultaat en blokkeer soms de maaier bij taaiere soorten. Onkruid is hier zelden de diepere oorzaak; het vult de ruimte die gras heeft laten liggen door onderliggende problemen zoals verdichting, mos of voedingsgebrek.
Engerlingen en emelten
Engerlingen (larven van de meikever, junikever of rozenkever) en emelten (larven van de langpootmug) vreten de wortels van gras door. Je ziet dat terug als plekken waar de zode als een tapijt kan worden opgetild, losse stukken gras die je er zomaar uittrekt, en een golf van graafactiviteit door eksters, spreeuwen of kraaien. De grootste schade is doorgaans zichtbaar van nazomer tot in het voorjaar. Een WUR-studie bevestigt dit patroon: de populatie is het grootst en de schade het meest zichtbaar in die periode.
Ziekten
Schimmelziekten zoals sneeuwschimmel (Microdochium nivale) komen in Nederlandse winters en vroege voorjaren voor, met name na zachte, natte periodes. Je ziet ronde of onregelmatige bruine tot roze vlekken. Dollar Spot en rood draad (rode draadachtige uitlopers tussen de grashalmen) zijn andere schimmelziekten die in onze klimaatomstandigheden voorkomen. Ze remmen de groei, maar vernietigen zelden het hele gazon tenzij er al andere stressfactoren spelen.
Per symptoom: hoe herken je de oorzaak?
De snelste manier om te diagnose te stellen is kijken wat je ziet en dat combineren met een eenvoudige bodemtest. Gebruik de tabel hieronder als eerste filter.
| Wat je ziet of voelt | Meest waarschijnlijke oorzaak | Eerste actie |
|---|---|---|
| Gras staat hoog, maaier blokkeert | Verwaarlozing, te lang niet gemaaid | Stapmaaien op hoge stand (zie eerste hulp) |
| Sponsachtige laag boven de bodem, maaier trilt | Dikke viltlaag (thatch > 10 mm) | Verticuteren, daarna beluchten |
| Veel groen mos, weinig gras | Zure of verdichte bodem, schaduw, slechte drainage | Bodemtest, kalk, beluchten, doorzaaien |
| Ronde bruine vlekken in het gras | Schimmelziekte (bijv. Dollar Spot of sneeuwschimmel) | Drainage verbeteren, minder stikstof, eventueel fungicide |
| Rode draadjes tussen de grashalmen | Rood draad (schimmel bij stikstoftekort) | Stikstofbemesting in groeiseizoen |
| Losse zode, gemakkelijk op te tillen, vogelgraafschade | Engerlingen of emelten (wortelvraat) | Engerlingentest (20x20 cm kuil), bij >3–5 larven behandelen |
| Gras groeit ongelijk, bleek of geel, geen zichtbare plaag | Voedingsgebrek (stikstof, ijzer of pH te hoog/laag) | Bodemanalyse sturen, bemesting aanpassen |
| Plassen na regen, langzame wegzakking | Bodemverdichting of hoog kleigehalte | Beluchten met holle pennen, zand inwerken |
| Kale plekken zonder duidelijk patroon | Combinatie: viltlaag, engerlingen, droogtestress of ziekte | Volledige visuele inspectie + engerlingentest + eventueel bodemtest |
Bodemtest thuis: de schroevendraaiertest
Steek een gewone schroevendraaier recht omlaag in vochtige grond. Gaat hij zonder veel druk tot 10 cm diep? Dan is de bodem redelijk los. Moet je flink duwen om 5 cm te halen? Dan heb je te maken met verdichting. Dit is geen exacte meting, maar in de praktijk een betrouwbare eerste indicatie die je in twee seconden kunt doen op meerdere plekken in je tuin.
Herstelplan: van diagnose naar gezond gazon
Als je de oorzaak hebt vastgesteld, kun je gericht aan de slag. Het herstelplan bestaat altijd uit dezelfde logische volgorde: eerst ruimen en saneren, dan verbeteren, dan inzaaien of doorzaaien, en tot slot onderhouden.
- Ruimen: verwijder mos, onkruid en vilt door te verticuteren. Bij een zware viltlaag of veel mos verticuteer je in twee richtingen (kruis). Reken op flinke hoeveelheden materiaal die je afvoert.
- Beluchten: prik de bodem aan met een beluchter met holle pennen, minimaal jaarlijks op intensief gebruikte plekken. Laat de pluggen op het gazon liggen of werk ze terug in met een bezem.
- Bodem verbeteren: werk na het beluchten kwartszand (0,3–2,0 mm) in als topdressing, maximaal 0,5 à 1 cm per behandeling. Op zure bodems: voeg kalk toe op basis van de bodemanalyse. Compost of topdressingmengsel verbetert de organische stof.
- Bemesten: geef een startbemesting op basis van het tekort. Bij geel gras in groeiseizoen is stikstof de snelste keuze; bij structurele problemen kijk je naar het volledige voedingsprofiel uit je bodemtest.
- Doorzaaien of opnieuw inzaaien: voor herstelzaai op kale plekken gebruik je 25–35 g/m². Voor doorzaaien over het gehele gazon volstaat 10–25 g/m². Houd de bodem vochtig tot de kiemplanten 3–4 cm hoog zijn.
- Onkruid en plagen aanpakken: behandel engerlingen bij bewezen aantasting. Onkruid verwijder je handmatig of met een selectief middel, maar aanpak van de onderliggende bodemtoestand is effectiever op de lange termijn.
De beste timing in Nederland
Voor de meeste herstelwerkzaamheden zijn er twee ideale vensters in het Nederlandse klimaat. Het vroege voorjaar (april–mei) is geschikt voor beluchten, eerste verticuteren en stikstofbemesting zodra de bodemtemperatuur boven de 10 graden uitkomt. Lees meer over voorjaarsonderhoud en timing op onze pagina over gazon lente. De nazomer en vroege herfst (half augustus–september) is het beste moment voor doorzaaien en grotere herstelwerken: de grond is warm genoeg voor snelle kieming, maar de hitte is weg en er valt meer neerslag. Bekijk ook de korte handleiding 'gazon quand planter' voor extra tips over het beste moment om te zaaien en door te zaaien per seizoen. Zaai je te vroeg in het najaar? Dan haal je de kiemplanten de winter niet door. Zaai je te laat in het voorjaar? Dan is droogtestress het risico. KNMI-klimaatdata laten zien dat natte herfsten en milde winters typisch zijn voor Nederland, wat zowel schimmelgroei als mosuitbreiding bevordert. Houd daar rekening mee in je timing. Zie ook het artikel 'gazon quand semer' voor een praktisch overzicht van de beste zaaitijdstippen en aanbevelingen per klimaattype.
Kiezen voor een onderhoudsarm of droogtebestendig grasmengsel
Als je structureel minder wilt maaien of je gazon weerbaarder wilt maken, is de keuze van het grasmengsel belangrijk. Lees ook onze pagina over 'gazon qui resiste a la secheresse' voor praktische tips en aanbevolen droogtebestendige grasmengsels. Mengsels met veel fescues (roodzwenk, schapengras) groeien langzamer en zijn drogestrasbestendig. Ze zijn minder geschikt voor intensief gebruik, maar ideaal voor gazons die minder aandacht krijgen. Mengsels met veel Engels raaigras groeien sneller, herstellen beter na gebruik, maar vragen ook meer maaibeurten. Voor gazons in halfschaduw of op droge zandbodems zijn schaduwmengsels en fescue-dominante mengsels de praktische keuze. Lever je hierbij een beetje glanzend groen in, maar je bespaart jezelf veel onderhoud.
Preventief onderhoud: zo voorkom je dat het probleem terugkomt
De meeste ernstige gazonproblemen zijn het gevolg van kleine dingen die te lang zijn blijven liggen. Iets hogere maaifrequentie, geen te korte maaihoogte en regelmatig beluchten voorkomen de meeste problemen. Concrete aanbevelingen voor Nederlandse omstandigheden:
- Maai niet korter dan 4 cm in de zomer; bij droogte of schaduw liever 5–7 cm. Kortgemaaid gras droogt sneller uit en laat meer ruimte voor mos.
- Maai regelmatig in het groeiseizoen (april–oktober), maar sla een beurt over bij droogte of extreme hitte.
- Laat maaisel niet liggen als het de bodem bedekt; verwijder het of gebruik een mulchmaaier die het fijn genoeg verdeelt.
- Belucht zware kleigazons minimaal één keer per jaar, lichtere gazons eens per 3–5 jaar.
- Verticuteer in het voorjaar licht en in het najaar iets intensiever als de viltlaag toeneemt.
- Bemest op basis van seizoen en behoefte: stikstof in het groeiseizoen, kalium in de herfst voor winterhardheid.
- Controleer elk voorjaar op engerlingenactiviteit, met name als je de vorige nazomer vogelgraafschade had gezien.
Zelf doen of een hovenier inschakelen?
De meeste stappen in deze gids zijn goed zelf te doen, ook zonder ervaring. Huren van een verticuteermachine of beluchter kost 30 tot 60 euro per dag en je hebt de klus voor de meeste tuinen in een middag gedaan. Inzaaien en bemesten zijn eenvoudig en vereisen geen specialistische kennis. Twijfel je wanneer je een professional nodig hebt? Als de schade het gevolg is van een ernstige engerlingenplaag waarbij grote oppervlakken moeten worden vervangen, als je bodem structureel problemen heeft (hoge grondwaterspiegel, zware klei die niet verbetert), of als je tuin meer dan ca. 200 m² beslaat en je weinig tijd hebt, loont het om een hovenier of gazonspecialist in te schakelen. Die kan ook een professionele bodemanalyse uitvoeren en een gericht herstelplan opstellen. Voor de meeste Nederlandse achtertuinen van gemiddelde omvang is dit echter niet nodig.
FAQ
Wat bedoelen mensen in Nederland met de zoekterm “gazon qui ne se tond pas” (mijn gazon is niet te maaien)?
De term dekt twee hoofdproblemen: (A) een gazon dat fysiek niet te maaien is (zeer hoog, taai, vol vilt/mos of met dikke begroeiing die maaimachine blokkeert) en (B) een gazon dat niet (goed) groeit of langzaam groeit (kale plekken, mos, ziekten, wortelverlies door engerlingen). Beide situaties vragen verschillende diagnose- en herstelstappen.
Hoe herken ik of mijn gazon niet te maaien is door teveel hoogte of taaie begroeiing?
Kenmerken: gras hoger dan de normale maaihoogte (>10–15 cm), messen die blokkeren, motor overbelast, veel losliggend of kluitend materiaal, of een sponsachtige viltlaag (>5–10 mm) waardoor de maaier het gras niet kan pakken. Ook randen met dichte begroeiing of struikachtig onkruid geven dit beeld.
Welke veilige eerste stappen kan ik nemen om hoog of taai gras weer maaibaar te krijgen?
1) Verwijder obstakels (stenen, takjes). 2) Stapmaaien: stel maaier op maximaal/hoogste stand en maai eerst 1/3 van de lengte. 3) Wacht 7–14 dagen en verlaag in 1–2 verdere stappen naar normale hoogte. 4) Bij zeer dichte begroeiing gebruik eerst bosmaaier/zeis of een trimmer, en daarna verticuteren/beluchten en doorzaaien. Draag altijd oog‑ en gehoorbescherming en stevige kleding.
Hoe diagnoseer ik of mos, viltlaag of bodemverdichting de oorzaak is van slecht maaien of slechte groei?
Doe eenvoudige checks: voel met de vingers of je een sponsachtige viltlaag voelt (>5 mm problematisch). Voer de emissietest: steek een schroevendraaier of spade 8–10 cm in de grond; moeilijk of niet lukt = verdichting. Zoek mos in schaduwrijke plekken en controleer op losse zode of vogelgraaf (wijst op engerlingen). Voor zekerheid: neem 5 grondmonsters (10 cm diep), meng tot één monster en laat lab‑analyse doen.
Hoe controleer ik op engerlingen of emelten (wortelvraat) in mijn gazon?
Graven: schep een stuk zode van ~20×20 cm tot 5–10 cm diepte. Kijk naar witte C‑vormige larven (engerlingen) of wit/grijze wormachtige larven (emelten). Extra aanwijzingen: vogels die plekken opgraven, plots losse zode of stervende grasplakkaten, vooral in nazomer tot voorjaar.
Wat zijn de directe herstelstappen na vaststellen van mos, viltlaag of verdichting?
1) Verwijder het maaisel en losse mos. 2) Verticuteren bij lichte vervilting; bij zware vervilting intensiever verticuteren of zodenscheuren. 3) Beluchten (plug‑aeratie) om wortelgroei en drainage te verbeteren. 4) Topdressen met fijn kwartszand of topdressingmengsel (0,5–1 cm per behandeling). 5) Doorzaaien met geschikt graszaadmengsel. 6) Pas bemesting en pH‑correctie toe op basis van bodemtest.
Gazon dat bestand is tegen droogte: actieplan voor NL
Praktisch actieplan voor droogtetolerant gazon in NL: checks, doorzaaien, beregening, maaihoogte en bemesting.


