Kweekgras (in het Frans 'chiendent', wetenschappelijk Elymus repens) is een van de hardnekkigste grassoorten die je in je gazon kunt tegenkomen. Het verspreidt zich via een dicht netwerk van witte, kruipende ondergrondse uitlopers (rhizomen) en komt altijd terug als je alleen de bovenkant verwijdert. De enige aanpak die echt werkt: grondig uitgraven, alle wortelresten afvoeren, en daarna het gazon snel laten dichten met doorzaaien en goed onderhoud.
Gazon chiendent verwijderen: stappenplan voor NL-gazons
Wat is kweekgras en hoe herken je het in je gazon
Kweekgras (Elymus repens, ook wel Agropyron repens) is een overblijvende grassoort die inheems is in Europa en zich extreem agressief uitbreidt. In Nederland spreek je er ook wel over als 'kweek' of 'voetgras', en de Franse term 'chiendent' duikt steeds vaker op in Nederlandse tuinforums. Je herkent het aan een aantal kenmerken die je met een beetje oefening snel leert zien.
De bladeren zijn plat, vrij breed (3 tot 8 mm) en voelen ruw aan als je er met je vinger tegenin strijkt. De kleur is iets blauwgroener dan gewoon gazongrass en de bladeren staan rechtop of iets schuin. Het meest kenmerkende detail zit bij de bladvoet: daar zie je kleine, klauwvormige uitsteeksels (aurikels) die de stengel als het ware omhelzen. Dat zie je bij de meeste gewone gazongrassoorten niet.
Maar het echte bewijs zit ondergronds. Als je een pol kweekgras lostrek of uitsteekt, zie je witte tot lichtgele, gladde uitlopers die horizontaal door de bodem lopen. Die wortelsprieten kunnen in alle richtingen groeien en in dichte bodems soms tot een meter diep zitten. Ze vormen een soort ondergronds netwerk dat een grote oppervlakte kan innemen, ook al zie je bovengronds maar een paar plekken. Je ziet dit het meest op randzones van het gazon, bij heggen of struiken, op licht open of kale plekken, en soms in lange rijen die de richting van een vroegere bewerking volgen.
Waarom kweekgras steeds terugkomt
Kweekgras wint terrein als je gazon verzwakt is of het niet kan bijbenen. Wil je weten welke onderhoudsroutines en maaihoogtes een gezond gazon opleveren, kijk dan ook naar het thema gazon. De rhizomen worden bij maaien niet geraakt, dus maaien helpt kweekgras niet te bestrijden, het bevordert het zelfs indirect omdat het omringende gazongrass verzwakt wordt door te hoog of te laag maaien. Dat geldt ook voor te lage maaihoogte: als je te kort maait, verzwak je de fijne gazongrassoorten en geef je kweekgras meer ruimte om te domineren.
- Verdichte bodem: op plaatsen met veel betreding of zware kleigrond zitten minder lucht en water in de bodem. Kweekgras tolereert dat beter dan de meeste fijne gazongrassoorten.
- Kale of dunne plekken: overal waar gras wegvalt (door droogte, ziekte of slijtage) heeft kweekgras vrij spel om zich te vestigen en uit te breiden.
- Verkeerde maaihoogte: te kort maaien (onder 4 cm) verzwakt gewenst gazongrass structureel. Kweekgras herstelt sneller.
- Te weinig meststoffen: een voedselarm gazon groeit traag en sluit minder goed. Kweekgras vult de gaten op.
- Schaduwrijke plekken: in de schaduw groeien fijne gazongrassoorten slecht. Kweekgras heeft minder licht nodig en wint het dan.
- Overmatige betreding: intensief gebruik verdicht de grond en trekt dunne plekken, precies de omstandigheden waar kweekgras van profiteert.
- Onregelmatig water geven: te droge omstandigheden brengen gazongrass in stress, kweekgras overleeft beter door zijn diepere wortels.
De kern van het probleem is dat kweekgras zich niet alleen via zaad verspreidt, maar vooral vegetatief via rhizomen. Elk stukje rhizoom dat in de grond achterblijft kan opnieuw uitlopen, soms pas na twee tot drie weken. Daardoor is een oppervlakkige aanpak altijd onvoldoende.
Hoe onderscheid je kweekgras van andere soorten

Kweekgras lijkt op het eerste gezicht op gewoon gazongrass en op een paar andere probleemgrassen. Dat is precies waarom mensen het soms laten zitten of per ongeluk het verkeerde verwijderen. Hier zijn de meest voorkomende verwisselingen.
| Soort | Kleur en blad | Kenmerk ondergronds | Herkenning in gazon |
|---|---|---|---|
| Kweekgras (Elymus repens) | Blauwgroen, breed blad, ruw aanvoelend | Witte, gladde rhizomen, vertakt netwerk | Aurikels bij bladvoet, verspreidt in 'vlekken' |
| Gewoon gazongrass (Lolium/Poa pratensis) | Donkerder groen, fijner blad | Geen uitlopers, alleen vezelige wortels | Groeit regelmatig, geen 'uitbrekende' plekken |
| Straatgras (Poa annua) | Lichtgroen, zacht blad, snel zaadpluimen | Geen rhizomen, oppervlakkig geworteld | Droogt snel uit, vergeelt bij warmte |
| Ruw beemdgras (Poa trivialis) | Lichtgroen, glanzende onderzijde | Stolonen (bovengrondse uitlopers) | Plat liggende uitlopers zichtbaar aan oppervlak |
De snelste test: trek een pol omhoog en kijk of er witte, gladde ondergrondse uitlopers meekomen. Bij kweekgras doe je dat altijd. Bij straatgras zie je bijna geen wortelmassa en geen uitlopers. Ruw beemdgras heeft bovengrondse stolonen, geen ondergrondse. Gewoon gazongrass heeft alleen normale, vezelige wortels zonder vertakkingen. Merk je dat een plek steeds groter wordt en er witte draden door de grond lopen? Dan is kweekgras de dader.
Vandaag beginnen: mechanisch uitgraven en afvoeren
Er is geen magische oplossing. Kweekgras verwijder je mechanisch, grondig, en je moet het echt wegbrengen. Hier is wat je vandaag doet, stap voor stap. Als je kweekgras aanpakt, helpt gazon spitten ook om de rhizomen en wortelresten dieper los te maken.
Kleine plekken (minder dan 0,5 m²)

- Bak de plek goed in: steek met een spade of onkruidsteker rondom de aangetaste plek in, op zo'n 10 tot 15 cm buiten de zichtbare rand. Kweekgras heeft altijd meer rhizomen dan je ziet.
- Graaf minimaal 20 tot 25 cm diep. Witte uitlopers kunnen verder reiken dan je verwacht. Werk systematisch en haal de grond in blokken omhoog.
- Zeef de grond of breek hem met de hand: haal alle witte wortelstukjes eruit, ook kleine fragmenten van een paar centimeter. Elk stukje kan opnieuw uitlopen.
- Leg de uitgegraven grond en wortels NIET op de composthoop. Gooi het bij het restafval of breng het naar de milieustraat. Kweekgras overleeft composthopen.
- Druk de kuil licht samen en vul aan met grond of tuinaarde om het gazon gelijk te maken.
Grote uitbreiding (meer dan 0,5 m²)
Bij grotere plekken is de aanpak in principe hetzelfde, maar je werkt in vakken. Verdeel de aangetaste zone in blokken van ongeveer een halve meter en werk ze een voor een af. Zo behoud je overzicht en mis je geen stukken. Gebruik hiervoor een grondfrees of een brede spitvork. Let op: een grondfrees hakt de rhizomen in stukken maar verspreidt ze ook verder. Gebruik een frees dus alleen als je daarna de grond grondig uitspit en zeeft. Doe je dat niet, dan maak je het probleem groter in plaats van kleiner.
Plan ook een nazorg-controle in na twee weken. Rhizoomstukjes die je gemist hebt, komen dan als kleine scheuten omhoog en zijn dan makkelijk weg te steken voordat ze opnieuw een netwerk vormen. Bij diepere besmettingen (rhizomen tot 40 cm) kan zelfs na twee tot drie weken nog hergroei optreden. Blijf dus de eerste maand wekelijks controleren.
Wat je niet moet doen
- Niet alleen de bovenkant afmaaien of afschrapen: de rhizomen blijven intact en de plant komt gewoon terug.
- Niet frezen zonder grondig nawerken: gefragmenteerde rhizomen verspreiden zich alleen maar verder.
- Niet de wortelresten laten liggen of composteren: ook droogstaande stukjes kunnen hervatten als ze weer vochtig worden.
Herstel en nazorg: gazon snel laten dichtsluiten

Na het uitgraven heb je kale plekken. Die wil je zo snel mogelijk dichtzaaien, want kale grond is een uitnodiging voor nieuw kweekgras, straatgras en andere ongewenste soorten. Hoe sneller het gazon dichtgroeit, hoe minder kans op herinfectie.
Doorzaaien
De beste periodes om te doorzaaien in Nederland zijn eind april tot begin juni en augustus tot half september. Als je daarnaast ook een Engels gazon nastreeft, kies dan een passend mengsel en houd het onderhoud op niveau, zodat kweekgras minder kans krijgt gazon engels. In mei, waar we nu zitten, is de timing dus prima. Gebruik voor doorzaaien 10 tot 20 gram graszaad per vierkante meter, afhankelijk van hoe kaal de plek is. Voor volledig kale plekken ga je naar het hogere einde (20 gram). Kies een graszaadmengsel dat past bij je situatie: schaduw/zon, veel of weinig gebruik.
Raak de grond licht los met een hark, zaai het zaad uit en druk licht aan. Geef daarna direct water, maar niet zo hard dat het zaad wegspoelt. Houd de bovenste 2 centimeter continu vochtig tot het zaad ontkiemd is, dat duurt doorgaans 7 tot 14 dagen afhankelijk van temperatuur.
Beluchten en verticuteren

Als de bodem rondom de behandelde plekken verdicht is, is dit het moment om te beluchten. Maak met een beluchter of een spitvork met pennen gaten van ongeveer 10 centimeter diep. Dat verbetert de zuurstof- en wateropname voor het nieuwe zaad. Verticuteren doe je bij voorkeur vóór het doorzaaien, zodat je het losgekomen materiaal nog kunt opruimen. Strooi eventueel een laag van 1 tot 2 centimeter bouwzand over de gebeluchte plekken om de drainage te verbeteren, vooral op zware kleigronden.
Bemesting na het herstel
Geef na het doorzaaien een startbemesting. Een gezond gazon verbruikt jaarlijks 25 tot 30 gram stikstof per vierkante meter. Voor herstelplekken in mei gebruik je een meststof met een iets hogere stikstofverhouding om de groei op gang te brengen. Als richtlijn: 100 gram korrelmeststof per vierkante meter, gelijkmatig verspreid. Geef daarna direct water zodat de mest in de bodem trekt en geen bladverbranding veroorzaakt.
Maaihoogte aanpassen
Maai het gazon rondom de herstelde plekken niet te kort. Houd een maaihoogte aan van minimaal 4 centimeter, bij voorkeur 5 centimeter in de zomer. Kort gemaaid gras droogt sneller uit, verzwakt eerder en laat kale plekken sneller onstaan. Nieuw ingezaaide plekken maai je pas als het gras 7 tot 8 centimeter hoog is.
Voorkomen op lange termijn: jaarrond je gazon fit houden
Kweekgras heeft kansen nodig om te domineren. Een dicht, vitaal gazon geeft het die kansen gewoon niet. Hieronder een praktisch seizoensplan voor Nederlandse gazoneigenaren.
| Seizoen | Actie | Waarom |
|---|---|---|
| Vroeg voorjaar (maart-april) | Eerste maaibeurten op 5 cm, kale plekken aanpakken, verticuteren | Gazon wakker maken, vilt verwijderen, structuur herstellen |
| Voorjaar (mei-juni) | Doorzaaien kale plekken, bemesten (stikstofrijke meststof), beluchten op verdichte plekken | Groei stimuleren, open plekken dichten vóór kweekgras ze inpikt |
| Zomer (juli-augustus) | Maaihoogte op 5 cm, extra water bij droogte, kale plekken controleren | Gazon sterk houden onder hitte, kweekgras minder kans geven |
| Nazomer (augustus-september) | Tweede doorzaai-moment, herfstbemesting (kaliumrijk), eventueel beluchten | Najaarsherstel, gazon sterker de winter in sturen |
| Herfst (oktober-november) | Bladeren verwijderen, laatste maaibeurt op 5 cm, eventueel kalken bij lage pH | Schimmelvorming voorkomen, bodemkwaliteit verbeteren |
| Winter (december-februari) | Gazon niet betreden bij vorst, geen behandelingen | Rust voor het gazon, structuurschade voorkomen |
Naast de seizoenskalender zijn er een paar structurele dingen die het verschil maken. Ten eerste de bodemkwaliteit: als je gazon op verdichte, zware grond staat, zul je elk jaar moeten beluchten om te voorkomen dat kweekgras opnieuw vaste voet krijgt. Ten tweede de bodem-pH: kweekgras gedijt op zure bodems. Een pH van 6,0 tot 7,0 is ideaal voor gazongrass. Als je specifiek naar “gazon in het Engels” zoekt, kom je vaak ook termen tegen als lawn grass en grass species gazongrass. Laat de pH eens per twee jaar meten en kalk indien nodig. Ten derde de maaihoogte: nooit onder 4 centimeter gaan. Dit is de meest gemaakte fout en ook de makkelijkst te corrigeren.
Merk je dat kweekgras steeds terugkomt op dezelfde plek, dan is er waarschijnlijk een onderliggende oorzaak. Denk aan een plek met te veel schaduw, een slecht drainerende zone of een pad waar iedereen loopt. Soms is de oplossing dan niet alleen onkruidbestrijding, maar ook het aanpassen van de situatie: een schaduwtolerante grassoort inzaaien, de drainage verbeteren, of een andere bestemming geven aan een te intensief betrade plek.
Een gazon dat dicht staat, regelmatig gemaaid wordt op de juiste hoogte, voldoende voedsel en water krijgt en een losse bodem heeft, is de beste verdediging tegen kweekgras. Preventie kost minder moeite dan bestrijding, dat is de eerlijke conclusie na elke keer dat je een halve middag met een spade in de weer bent geweest.
FAQ
Is het zinvol om alleen de sprieten van gazon chiendent weg te maaien of uit te trekken, zonder uitgraven?
Meestal niet. Bij kweekgras groeit de hergroei vanuit het ondergrondse rhizomen-netwerk, dus maaien of oppervlakkig wieden verzwakt vooral het gazon eromheen (door verstoring en wisselende groei), maar verwijdert de kern niet. De enige duurzame route is uitgraven, wortelresten wegbrengen en daarna snel doorzaaien.
Wat is de beste manier om uitgestoken gazon chiendent af te voeren zodat het niet opnieuw aanslaat?
Behandel het als groenafval met risicoplantmateriaal: verzamel alles (bovengrond én rhizomresten) en voer het af, niet terug in de tuin (ook niet in compost). Rhizoomstukjes kunnen opnieuw uitlopen, dus composteren op eigen terrein is alleen verantwoord als je compostering voldoende heet en lang doorgaat, wat bij particuliere hopen vaak niet gegarandeerd is.
Helpt het om de grond na het uitgraven te zeilen, scheppen of te zeven om rhizoomresten te verwijderen?
Ja, als je een echte zeeffractie kunt bereiken. Na uitgraven kun je de afgegraven grond grof nalopen en vervolgens zeven zodat witte rhizoomstukjes en kleine wortelresten eruit gaan. Verwacht geen perfect resultaat, maar het verkleint de kans op uitlopende stukjes die je later alsnog moet uitsteken.
Kan een grondfrees gebruikt worden bij gazon chiendent, of maakt dat het juist erger?
Een grondfrees kan het probleem groter maken doordat rhizomen worden versnipperd en verspreid. Als je toch freest, doe het dan alleen in combinatie met daarna volledig uitspitten en goed opruimen, anders krijg je meer haardjes verspreid over je gazon.
Waarom wordt gazon chiendent vaak eerst aan de randen of langs paden zichtbaar?
Omdat daar sneller een verzwakte zone ontstaat (meer betreding, minder dicht gras, soms andere bodemverdichting of schaduw). Rhizomen kunnen vanuit die bronzone uitlopen richting het gazon, waardoor je de ‘oorsprong’ niet altijd op dezelfde plek vindt als waar je de uitlopers ziet.
Hoe vaak moet ik controleren en uitsteken na de eerste aanpak?
Plan minimaal twee extra rondes. Eerst na ongeveer twee weken, want gemiste rhizoomstukjes komen dan als kleine scheuten omhoog en zijn makkelijker uit te steken. Bij diepere besmetting (tot tientallen centimeters) kan hergroei ook later terugkomen, dus blijf in de eerste maand wekelijks of om de 10 dagen rondkijken.
Moet ik de kale stukken volledig kale grond laten liggen of direct doorzaaien na het uitgraven?
Direct doorzaaien. Kale bodem is snel door andere grassen en onkruiden te koloniseren. Door het gazon binnen korte tijd dicht te krijgen, verklein je de licht- en groeiruimte waaruit nieuwe kieming en uitloop van kweekgras ontstaat.
Welke waterstrategie werkt het best na doorzaaien tegen gazon chiendent?
Houd de toplaag consequent vochtig tot het zaad ontkiemd is, dat zijn doorgaans 7 tot 14 dagen. Geef bij voorkeur frequent en met een zachte straal, zodat het zaad niet wegspoelt en niet uitdroogt tussen gietbeurten. Te nat zonder controle kan ook korstvorming en slechtere kieming geven.
Kan ik chemische middelen gebruiken tegen gazon chiendent?
In een gazon is het meestal niet verstandig. Onkruidspecialisten en tuinexperts raden vaak aan de rhizomen mechanisch aan te pakken, omdat selectieve middelen in gazons beperkt werken en je risico loopt op schade aan het gewenste gras of op onvoldoende werking tegen rhizoomgroei. Als je toch middelen overweegt, controleer dan strikt etiketvoorwaarden voor gazonsoort en toepassing, en behandel alleen de plekken, niet het hele gazon.
Wat als gazon chiendent na 1 seizoen weer terugkomt op dezelfde plek?
Dat wijst vaak op een onderliggende oorzaak. Controleer vooral schaduw, drainage (blijft het lang nat?), verdichting en betreding (bijv. looplijn). Mogelijke aanpak is lokaal verbeteren, beluchten herhalen, of de schaduwzone anders inzaaien of een andere functie geven, zodat het gazon snel weer dicht wordt.
Moet ik verticuteren doen, of juist vermijden, als er gazon chiendent zit?
Verticuteren is vooral nuttig vóór het doorzaaien, zodat los materiaal en afgestorven resten opgeruimd kunnen worden. Doe het niet als enige bestrijding tegen kweekgras, omdat het rhizomen niet oplost en je eerder helpt om het gazon te verzwakken. Gebruik verticuteren als voorbereidende stap, daarna uitspitten en uitzaaien volgens plan.
Is beluchten met een spitvork of beluchter na het uitgraven voldoende, of moet ik nog iets doen aan de bodemstructuur?
Beluchten helpt, zeker bij verdichte zones, maar het is geen vervanging voor uitgraven. Bij zware kleigrond kan extra verbetering nodig zijn, bijvoorbeeld een dun laagje bouwzand op beluchte plekken voor drainage. Blijf wel zorgvuldig, want te veel verstoring zonder nazorg kan opnieuw kale plekken creëren.
Hoe beïnvloedt maaihoogte het terugkomen van gazon chiendent in de zomer?
Maaihoogte is een van de grootste preventiestappen. Houd minimaal 4 centimeter aan, bij voorkeur 5 centimeter in de zomer, omdat kort maaien het gazon sneller verzwakt en zo kweekgras meer ruimte geeft. Nieuw ingezaaide plekken pas maaien als het gras ongeveer 7 tot 8 centimeter hoog is.
Gazon spitten: praktische gids, stappenplan en nazorg
Praktische gids voor gazon spitten: wanneer wel/niet, bodemcheck, stappenplan, bemesting, inzaaien en nazorg.


